Ismerth

Na een kunstmatige, maar jarenlange vrede, waarbij het in het gletsjermeer gesitueerde Ismerth het symbool voor die vrede was, verzinkt de wereld terug in oorlogstoestand. Het mensenrijk Zamarr is zo hard gegroeid dat het niet meer binnen haar eigen grenzen past en ziektes en schermutselingen teisteren de samenleving. Zamarr is wanhopig en haar koning Larck pleit enkel voor meer tijd om de Eladrin in de hal van Ismerth om meer grond te vragen. Voor het hongerige, doodzieke volk is dit niet langer voldoende. De macht van Larck en zijn edelen neemt af en een nieuwe godheid is degene die die plaats inneemt: Bahta Dalz.

De oude goden – Zamarra en Darkan – worden steeds meer vergeten door de oprukkende macht uit het zuiden en alleen de streken rond de noordelijke hoofdstad Cazam weten het oude geloof vast te houden. De tweede stad van het rijk – Daršanga, gesitueerd aan de zuidelijke grens met de Woudelfen – was de eerste stad die het gedachtengoed van Bahta Dalz uitdroeg.

De andere volkeren in de wereld van Ismerth zien met enig ongemak toe hoe Zamarr de wapens grijpt. De Eladrin gaan inzien hoe dichtbij de naderende aanval komt en maken zich eveneens op voor de strijd. Zij doen pogingen om bondgenootschappen te sluiten en hebben contact gelegd met de Gnomen en de Elven. Maar de Dwergen – het volk dat ze het liefst zouden benaderen – zijn zo goed als van de aardbodem verdwenen. Behalve het sporadische gerucht dat er een dwerg gezien is, is er nauwelijks iets meer van hen vernomen sinds de laatste Grote Oorlog 388 jaar geleden.

Ismerth

Loepsie