Ismerth

Sessie 2 - Afdaling

“Ze komen eraan, zusje. Precies zoals je zei. Nog heel even.”

De Eladrin naderen en de groep besluit om voor ze uit naar de stad te gaan om hen niet op de aanwezigheid van de vrouw te attenderen terwijl de duisternis valt. De stad is echter donker: er is niemand op straat en geen lichten zijn ontstoken. Onzeker over wat ze aan zullen treffen als ze verder gaan, wachten ze buiten de poort op de Eladrin: Norgrim en Artaresto op het pad, Garet en Greg met de vrouw en Ralrakir in de bosjes.

Met het naderen van de Eladrin blijkt dat er twee poortwachten bij de poorten staan die de stoet binnenlaten. Als Garet en Greg echter niet volgen, doen Norgrim en Artaresto een poging de poortwachten te informeren over hun komst precies als de twee besluiten te komen met de vrouw en de Tiefling. Greg veinst een noodgeval en de wachten moeten zich haasten tot een besluit. Ralrakir wordt als gevangene afgevoerd, de rest wordt naar een kaal, klein huisje gebracht en geboden daar te blijven.

Als een kleine Gnoomse heler verschijnt, blijkt dat de vrouw geen tong meer heeft en hij bekijkt het symbool op haar pols nader. Hij merkt op dat ze slaapt, maar toch niet. Als hij vertrekt om extra spullen te halen, verschijnt Fédin, die de groep haar excuses aanbiedt en uitlegt dat er een veiligheidstoestand is afgekondigd door nieuwe incidenten. Ze besluiten de vrouw achter te laten en met Fédin naar de commandant te gaan om verhaal te halen.

Bij Seregil treft de groep tevens de Eladrin commandant aan, die zich voorstelt als Adaon, heerser van het zuidoostelijk gebied van de Eladrin dat grenst aan het mensenrijk. Seregil hoort de rapportage van de groep aan en stelt vooral vragen over de vrouw en het symbool op haar pols. Garet laat los dat hij het symbool eerder gezien heeft in het zuiden van Zamarr. Dan vertelt Seregil over de nieuwe dreiging, ditmaal het plaatsen van dolken op alle stoelen van de voorname afgezanten in de Grote Hal. Ondanks goede beveiliging van de Hal heeft dit kunnen gebeuren en Seregil is bezorgd. Hij vraagt de Westerwolven in te grijpen, aangezien zijn eigen handen gebonden zijn. Hij geeft ze op verzoek een nacht om hierover na te denken.

Die avond terug in de herberg besluiten ze dat ze ingaan op het verzoek en een onderzoek zullen starten naar de schuldige. Norgrim herinnert een vitaal stukje informatie over het symbool: een teken van een oud moordenaarsgilde dat sinds de laatste oorlog van de aardbodem verdwenen is. Halverwege hun gesprek heeft de groep echter het vermoeden dat iemand hen af staat te luisteren en als Greg de gang op stormt ziet hij nog net een stuk gewaad de hoek om verdwijnen. Het blijkt Hadwin te zijn, een louche persoon die in gezelschap van twee dobbelende metgezellen verkeert. Als een deel van de groep hem wil confronteren, ontwijkt hij hun beschuldigingen, maar toont nieuwsgierigheid naar de groepssamenstelling. Hij verleidt Garet tot een spel met informatie als inzet. Wanneer iedereen in de slaapkamer is, klinken er voetstappen op het dak. Ondanks de poging van Garet te gaan kijken, weet hij niet meer te ontdekken dan dat twee gestaltes zich over het dak bewogen. De personen en hun motieven blijven verder onbekend.

Als de Westerwolven de volgende dag op weg naar Seregil gaan, passeren ze een jong meisje dat met enige aarzeling met hen spreekt. Het lijkt erop dat dit de dochter van Adaon is. Maar ze is alleen en de groep stuurt haar terug naar haar onderkomen met de boodschap niet meer alleen over straat te gaan. Als zij hun weg vervolgen en terug bij de commandant zijn om hun antwoord over te brengen, wijst Seregil hen naar twee mogelijke plaatsen om te beginnen: de Grote Hal en het gevangeniscomplex van de Illeteori. Hij wil weinig meer loslaten, anders dan dat hij het oordeel van de groep niet in de weg wil zitten door zijn eigen verdenkingen.

In de Grote Hal treffen ze in het groot het symbool van Bahta Dalz aan, maar wie het daar heeft neergeschreven is onbekend. De dolken zijn verwijderd van hun plaatsen en er zijn verder geen sporen te bespeuren van de dader. Als er ooit iets was, is het nu verdwenen. In het vierkante stenen gebouw van de cellen worden ze door Fédin omlaag geleid, waar ze steeds verder en dieper gevaarlijker gevangenen zullen treffen. De vrouw is direct naast de trappen in een cel geplaatst, maar ziet er slecht uit. Greg weet haar gelukkig te overtuigen om wat te eten en drinken en krijgt haar zelfs zover haar naam op een stuk papier te schrijven. Helaas is het schrift niemand van de groep bekend. Bij het verlaten van de cel begint ze te neuriën, een zacht geluid dat hen verder de diepte in volgt.

Comments

Sanne_Jongeleen

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.